donderdag 28 april 2011

Syrië

Syrië was misschien wel het land waar ik het meest naar uitgekeken had. Misschien juist omdat het contrast tussen de reputatie die het land altijd al heeft gehad en hetgeen wat je over het land hoort van ooggetuigen enorm is ... in dat opzicht is de 'status' van Syrië erg vergelijkbaar met die van Iran, inderdaad ook nog één van de landen hoog op mijn verlanglijstje! De reputatie is er een van een moslimstaat, in diep conflict verwikkeld met Israël ... veel meer is er niet van geweten, maar dit is voor de meesten al voldoende om het land in het vak 'te mijden' in te delen. Als je mensen spreekt die er al geweest zijn dan komen gegarandeerd twee dingen altijd terug: een overweldigende gastvrijheid en een rijk historische verleden.

Het moment dat ik Syrie bezocht heb is misschien wel een historisch moment, gezien de actuele gebeurtenissen die het land teisteren. Ondanks die gebeurtenissen heb ik alsnog de geroemde Syrische gastvrijheid mogen ervaren. En tevens kan ik bevestigen dat het land een onschatbare verzameling heeft aan historische gebouwen en hele steden. Alleen al Damascus is een bezoek aan Syrië waard.

Dan even naar de reputatie van het land. Dat het land op voet van oorlog leeft met Israël is zonder meer waar. Alleszins een koude oorlog. De hele kwestie van het Midden Oosten is natuurlijk erg ingewikkeld, maar je kan er niet omheen dat zo'n 60 jaar geleden een gebied met een oppervlakte gelijk aan 2/3 die van België is beslag is genomen door een nieuwe staat en de oorspronkelijke bevolking is mogen vertrekken, van vrije keuze was er niet zoveel sprake. Het spreekt voor zich dat de directe buurlanden namelijk Syrie en Jordanie het hier het moeilijkst mee hebben. Jordanie heeft zich in de loop van de jaren willens nillens neergelegd bij de situatie, Syrie heeft dat nog niet gedaan. Dus het klopt dat Syrie nog op vijandige voet met Israel leeft, maar dit heeft eigenlijk geen directe concequenties voor het leven in Syrie.

Syrie een Moslimstaat. Dit klopt niet helemaal. Het is uiteraard een overwegend islamitische land, maar er is vrijheid van godsdienst en er leeft een aanzienlijke minderheid Christenen in Syrië in harmonie met de Islamieten. Er is een Christelijke wijk in Damascus, en je merkt duidelijk dat je in een ander stadsdeel zit. Klederdracht van de vrouwen, kerken in plaats van moskeeën. En ook in kleine dorpjes op het platte land zie je af en toe een kerk. Dus ja het geloof is overwegend islamitisch, maar de staat wordt niet geregeerd door de godsdienst. En ja, religie is veel belangrijker in Syrie, meer algemeen het Midden Oosten, dan bij ons, maar dat geldt niet alleen voor de Moslims maar ook voor de Christenen. Naar onze huidige normen lijkt het allemaal een beetje overdreven.

Wat maakt dat Syrië nu zo in de actualiteit is? Daar heb ik tijdens mijn 10 dagen in het land zoveel mogelijk over te weten proberen te komen. Het is natuurlijk niet altijd zo eenvoudig al was het maar dat ik geen Arabisch spreek. Maar ik heb toch één en ander geleerd. Syrië wordt geregeerd door de president Bashar al-Assad, als je door het land reist kan je niet langs zijn foto's heen kijken.


En zelfs op de foto's van hem ziet de man er niet vriendelijk uit, dat belooft. Om de zeven jaar zijn er presidentsverkiezingen, maar de laatste keer was er verrassend genoeg geen tegenkandidaat. Het Syrische leger is eigenlijk een lachertje als je het vergelijkt met de machtige buur Israël. Als je als land op voet van oorlog leeft met je buur dan zou ik ervoor zorgen dat je militaire systeem toch ongeveer gelijke tred houdt met de vijand. Dat is duidelijk niet het geval, maar mij het gevoel geeft dat het leger er vooral is om de eigen bevolking onder de knoet te houden. Wat wel heel goed is in Syrië, trouwens ook in Jordanië is de inlichtingendienst. De inlichtingendiensten in deze landen behoren tot de absolute wereldtop wat betreft het vergaren van informatie, dit gaat natuurlijk ten koste van wat privacy. Daarenboven heeft Syrië dan ook nog een uitgebreid netwerk aan politiediensten. Er zouden 7 verschillende geheime politiediensten zijn. Wat er ook van dat cijfer waar is, het is mij ook alleszins duidelijk geworden dat iedereen, meestal niet in kostuum je paspoort kan vragen. En kostuum hebben we niet aan, maar het werd me wel al snel duidelijk dat ze wel gewapend waren ... Ik vroeg altijd domweg of ze politie waren als ze mijn paspoort vroegen en dan bevestigden ze dat ook. Het hele staatssysteem is er op gemaakt om de bevolking onder de knoet te houden, daarbij komt nog dat de economie zwaar corrupt is. Je kan je eigen zaak oprichten, zolang je niet de groot wordt is er geen probleem, als je echter in het vaarwater komt van de 'grote' spelers, politieke vrienden van de top, dan ondervind je alle mogelijke tegenstand totdat je terug in de pas loopt. De president en zijn volgelingen zijn Alawieten, een minderheid in Syrië. Om zich zeker te stellen van zijn controle op het volk is er ook nog de "emergency law". Zogezegd omwille van terreurdreiging kan de politie iedereen zonder enige vorm van proces oppakken en opsluiten. Er zouden talloze ondergrondse gevangenissen in Syrië bestaan, waar mensen opgesloten en gefolterd worden. De of één van de aanleidingen van de huidige onlusten is de arrestatie van een tiental jongeren (tieners), die naar aanleiding van de eerdere gebeurtenissen in Egypte op straat waren gekomen en hadden geroepen om vrijheid. De jongeren werden begin dit jaar onverwijld opgepakt en opgesloten. Onder druk van de bevolking zijn ze wel terug vrijgelaten, maar rarara ... ze waren hun vingernagels kwijt. Ik wil niet weten wat er voor de rest nog met hun gebeurd is, maar fraai kan het niet geweest zijn. Sinds toen is de bom in Syrië beginnen te barsten. Typisch in het deze regio is dat de bevolking samenkomt op vrijdag voor het vrijdaggebed, te vergelijken met onze (vroegere) zondagsdienst. Dan wordt er ook een preek gehouden, en het is dan dat de bevolking samen is en de straat optrekt om het aftreden van de president en vrijheid te eisen. De recente toespraken van de president zijn een druppel op een hete plaat, het vertrouwen is al zolang geschaad, dat hij zijn autoriteit volledig kwijt is. Zelf heb ik van ver een paar protesten gezien en hier en daar wat brandende autobanden, maar voor de rest heb ik niet veel van de onrusten gemerkt.

Ik heb deze dan voor mijn eigen veiligheid ook wel gemeden. Wat ik wel heb ervaren is de ontzettende aanwezigheid van politie en leger. Op de meest gekke en onverwachte momenten wordt je naar je pas gevraagd of wordt je gevraagd waar je naartoe gaat, of dat je beter ophoepelt. Het leger heeft barricades over de zeg geïnstalleerd, soms heel duidelijk, soms ook helemaal gecamoufleerd, waarbij je pas na passage een heel bataljon verscholen in de berm ziet liggen. Allemaal met de machinegeweren in aanslag, bajonet op het geweer, sluipschutters in de bermen en op de daken ... best indrukwekkend als je voorbij gefietst komt. Het is de eerste keer dat ik een afkeer heb gevoeld van het leger. Het leger van Syrië is er dan ook enkel en alleen tegen de eigen bevolking, en ik begrijp niet dat zo een grote macht niet in opstand komt tegen de leiders. Als ze op deze manier verder gaan zullen die mannen in de toekomst toch uitgespuwd worden door de eigen bevolking??? Ik kan niet zeggen dat ik echt last heb gehad van de toestand tijdens mijn reis, maar ik heb wel constant een gevoel van onbehagen over me gehad, het voelde gewoon niet comfortabel aan. Het gevoel van vrijheid is een ontzettende luxe die we in Europa hebben, heb ik nu zelf kunnen vaststellen, en ik kan dan ook niet anders dan de mensen in Syrië alle succes toe te wensen in hun strijd naar meer vrijheid. Als er een volk is dat het verdient, dan zijn zij het wel.

Na mijn tweede poging rijdt ik Syrië binnen via de autosnelweg. Fietsen op de pechstrook is toegestaan en is een prima weg, maar het is met de fiets gewoon plezanter om de kleinere wegen te volgen. De eerste afrit sla ik af richting Dael, vanwaar ik dan de oude route naar Damascus volg. Ik heb nog geen Syrisch geld op zak, dus eerst wat overbleven Jordane Dinar wisselen voor Syrische ponden. In Dael spreek in enkele mannen aan en meteen wordt ik verdergeholpen. Even later zit ik in het winkeltje van Koutieba van een cola te drinken en uit te leggen waar mijn reis naar toe gaat. Het is donderdag middag en Koutieba ziet me liever niet op vrijdag in Damascus. Trouwens we komen tot de vaststelling dat ik Bosra nog niet gezien heb, niet ver van bij hem en dat is een absolute must. We delen al snel een gemeenschappelijke frustratie ... dat we elkaars taal niet spreken. Ik neem me voor dat ik Arabisch ga leren. Belofte maakt schuld ... Ondertussen is Ameen er ook komen bijzitten en leraar Engels, dat maakt de conversatie al een pak gemakkelijker, en Koutieba's vader. Mijn planning voor die dag wordt gemaakt. Koetieba, Ameen en ik vertrekken met de auto naar Bosra om een bezoek te brengen aan de oude site .... Geen sprake van dat ik als gast iets betaal. Jordanie en Syrie zijn twee buurlanden, maar van zodra je de grens oversteekt voel je dat je een ander land binnenkomt ... als was het maar door de absolute afwezigheid van brommers in Jordanie en de overvloed aan al of niet (wel meer al dan niet) gemotoriseerde tweewielers in Syrie. Het maakt het straatbeeld ook meteen veel uitbundiger. De oude site van Bosra is geweldig knap en in een onvoorstelbare goede staat.






Na onze uitstap een uurtje slapen in de koele living van Koutieba's huis op de kussens, die typisch in een vierkant langs de muren op het tapijt liggen. Zalig zo'n middagdutje. Als ik iets leer in dit jaar is het toch genieten van de momenten rust die ik krijg. Even opfrissen en dan wordt ik voor de keuze gesteld, nog een wandeling voor het eten of een tocht achterop de moto doorheen Dael ... hahaha, keuze is snel gemaakt. Even later zit ik achter bij mijn gastheer achter op de motor en cruisen we door Dael. Persoonlijk zou ik iets harder aan de gaskraan draaien, maar als passagier kan ik me prima vinden in Koutieba's rustige rijstijl. Nog een opvallend verschil met Jordanië is het leven op straat. In Jordanië was ik gewend geraakt aan bijna lege straten tijdens de nacht, of enkel mensen die onderweg waren, niet zo in Syrië. Hier speelt het leven zich veel meer af op straat. De mensen zitten rond vuurtjes vlees te grillen, drinken samen thee, zitten gewoon voor hun huis te roddelen, ... het geeft een veel levendiger en uitbundiger straatbeeld dan dat ik tot nu toe gewend was.
Terug thuis wordt een typische Syrische maaltijd opgediend. Humus, foul, babaganousch, verse salade, yoghurt en brood. En een glas Ayran erbij. Het eten in het Midden Oosten is geheel verschillend met ons eten, maar zeker een aanrader. Op de vraag die ik tijdens het eten krijg wat zakelijk gezien zou scoren in Europa, antwoord ik dan ook dat een goed restaurant met typische en goede gerechten vanuit deze regio een voltreffer zou kunnen zijn in Europa waar mensen toch altijd op zoek zijn naar een uniek en voortreffelijk restaurant. Hetgeen wij kennen in Europa zijn de kebap en shoarma zaken, maar geloof me, hetgeen je hier te eten krijgt is duizend keer beter dat wat we gewend zijn.

Nog een idee wat ik, en waarschijnlijk anderen met mij, van Syrië had is dat het één grote woestijn is. Fout, wanneer is Syrië binnenrijdt via Deraa, inderdaad de regio die de laatste tijd nogal in het nieuws is, wordt ik verrast door groene vlaktes, vol met graan, groenten en fruit. Ook de noordelijke regio rond de Eufraat zal ik later ontdekken is één groene oase. Het graan in Syrië schijnt van een uitzonderlijk kwaliteit te zijn en blijkbaar kunnen bepaalde Italiaanse pasta's enkel met Syrische bloem gemaakt worden. Het is soms wel een gek zicht als je op de fiets voorbij een dorsmaaier rijdt die in het midden van de woestijn geparkeerd staat, dikwijls rijdt je iets verder dan weer voorbij een groen graanlandschap.


De avond bij Koutieba wordt gevuld met gesprekken, dankzij de hulp van Ameen is het mogelijk te babbelen over meer dan enkel vanwaar ik kom, waar ik naar toe ga, of ik getrouwd ben, 'nee, hoe is dat mogelijk?', hoe oud ik dan wel al ben, '33 jaar, en nog niet getrouwd?', om de duur begin je te twijfelen aan jezelf... En er valt natuurlijk veel meer te vertellen als mensen vanuit geheel verschillende culturen elkaar ontmoeten. Er zijn veel meer vragen dan die eerste kennismakingsvragen ...De avond vliegt dan ook voorbij.









De dag erna, vrijdag, en misschien wel een beslissende dag voor Syrië. Het heel weekend is trouwens een sleutelmoment. Vrijdag is sowieso de dag waarbij de mensen verzamelen aan de moskee, dus dit zou weer eens een heftige situatie kunnen geven. Ook wordt zondag in Syrië de onafhankelijkheid van Frankrijk gevierd, nog een dag die eventueel wel eens spannend kan worden. Ik verneem dat dit weekend wel eens een scharniermoment kan zijn, kan de situatie nog ten goede gekeerd worden of vervalt het land in een bloedige burgeroorlog. De familie van Koutieba wil me alleszins 's morgens niet laten vertrekken richting Damascus. Het is beter even wachten tot tegen de middag en te horen hoe de situatie evolueert alvorens ik op de fiets kruip. Ik volg wijselijk hun raad op. Ik hou van avontuur, maar je moet de problemen ook niet opzoeken.
Tegen de middag lijkt het land nog altijd rustig. Mensen maken zich klaar voor het middaggebed om 13 uur, maar er zijn geen grote massaverplaatsingen, ik kruip de fiets op ... richting Damascus, zo'n kleine 100 km noorderlijker.

Het valt me niet direct op, maar na een tijdje is het wel heel duidelijk ... ik rijdt over een nagenoeg doodse weg richting Damascus, doorheen groene velden, olijfboomgaarden, bijna lege dorpen, dorre zandstroken en met steeds de besneeuwde heuveltoppen van Libanon in mijn gezichtsveld. Als fietser is een lege baan een verademing, maar dit voelt toch raar ... de enige constante op de weg naar damascus zijn de militaire wegsperringen. Tanks, sluipschutters, barricades, machinegeweren met bajonet, ... ik zie het allemaal op mijn weg naar Damascus. Als ik tegen 14 uur door een paar dorpjes rij, zie ik op een paralelle weg aan de mijne een paar optochten en in de verte brandende autobanden ... het moment van de waarheid?











Ik kom in Damascus aan, en hier is het rustig, zoals een gewone vrijdag (vergelijk met onze zondag). Damascus binnenrijden is een plezier. Het voelt aan als een mengeling van Parijs en Berlijn. De brede lanen van Berlijn en de gezellige sfeer van sommige wijken in Parijs. Gele taxi's, overal van die oude franse fietsen, bomen langs de dreven. Deze stad is op geen enkele manier te vergelijken met Amman in Jordanië. Dit is een stad waar je onmiddellijk verliefd op wordt. En ik ben nog maar in de buitenwijken ... wacht tot ik het echte centrum zie.



Ik rijd verder het centrum in en zie voor mij een pick-up rijden met 3 westerlingen in de laadbak. Aan een kruispunt vraag ik hen een adres voor een goed en niet al te duur hotelletje, ik ben echter niet snel genoeg om het antwoord nog te verstaan in het optrekkende verkeer.


Een paar kruispunten verder, nabij de gigantische overdekte souk van Damascus zie ik hen terug. Ze staan me op te wachten en vragen me of ik zin heb om bij hen een pint te komen dringen. Is dit een vraag. Ik heb zonet kennis gemaakt met Manu, Steffi en Jesse. Manu en Steffi, een Zwitsers koppel, leven in een huis midden in het oude stadsgedeelte van Damascus. Ik loop mee naar hun huis doorheen de overdekte souk, en de smalle steegjes ... dit is de oudste stad stad ter wereld waar al het langst ononderbroken bewonig is geweest, wat een sfeer leeft hier. Als ik hun huis binnentreedt, kan ik alleen maar 'WOW' zeggen ... vergeet alle dure villa's en lofts ... deze huizen zijn gewoon prachtig. Even later sta ik boven op hun dakterras en kijk ik uit over het oude stadsgedeelte van Damascus met de oude Moskee als blikvanger. Die pint daarbij maakt het compleet.





'Je kan hier bij ons blijven slapen' ... 'Ja, heel graag' ... 'We kunnen een kamer vrij maken' ... 'Niet nodig, ik wil niet tot last zijn, ik slaap wel op het dakterras' ... En zo wordt dit dakterras voor de komende 3 nachten mijn exclusieve slaapkamer. Nu begrijp ik wat men bedoelt met de uitdrukking: 'met zijn gat in de boter vallen'.


Jammer genoeg wordt ik die nacht ziek. Het eten kan het niet zijn, ik heb de dag ervoor niets bijzonders gegegeten, combinatie van de inspanning, zon, en de paar pinten. Ik heb het vermoeden al een tijdje en het wordt altijd opnieuw bevestigd, ik kan precies niet meer zo goed tegen bier... Verdomme.

De eerste dag Damascus breng ik vooral liggend door en in de namiddag verken ik even de stad. Maarten en Jérémy houden traditiegewijs een Londenweekend, ik kan er jammer genoeg niet bij zijn deze keer, er dienen offers gebracht te worden ... Wel slagen we erin een skypereunie te houden. De kwaliteit van de lijn is niet alles en ik voel me als een schotelvod, maar het doet toch deugd de beide kameraden te horen, volgende keer ben ik er terug bij mannen.

Een dag later en al terug meer op mijn effen, verken ik de stad per fiets. Damascus ligt aan de voet van een berg, en dat nodigt natuurlijk uit om tot boven te rijden. Via de smalle straatjes in de buitenwijken zoek ik mijn weg naar boven. Deze buitenwijken doen in niets denken aan buitenwijken van andere grote steden, waar je je soms niet erg op je gemak voelt. Niet daarvan in Damascus... smalle steegjes, kasseien, gezellige winkeltjes en vriendelijke, behulpzame mensen. Hoe hoger ik kom, hoe stijler ze de wegeltjes hebben gemaakt en uiteindelijk moet ik afstappen wegens echt onmogelijk stijl en nog iets verder via een trap naar boven. Eenmaal boven heb ik een mooi uitzicht over de stad ... helemaal boven is dat niet want wie heeft er in Syrië het ultieme overzicht ... het leger. De top van de berg is militair domein en ontoegankelijk.


Naar beneden ga ik via de weg die me via het noorden terug in het centrum van Damascus brengt. Ik ga op zoek naar een Syrische SIM-kaart. Mijn Jordaans nummer doet het niet meer, ik ben door mijn budget. Ik heb eergisteren van Najah vernomen dat ze een accident heeft gehad met de auto, en sindsdien heb ik niets meer van haar gehoord, ben bezorgd. Als buitenlander een SIM-kaart vastkrijgen in Syrië is niet zo evident, en later blijkt ook dat eenmaal een SIM-kaart een telefoonverbinding ook niet altijd evident is. Telefoonverkeer wordt te pas en te onpas afgesloten. Mijn zoektocht slaagt, maar het zal nog even duren eer ik nieuws hoor. Ik verken ook verder de stad, bezoek het Azm paleis, loop door de Souk en de omliggende straten ...









's Avonds gaan we met ons drieën eten in het centrum. We wandelen via het oude stadsgedeelte, lans de rivier die de stad doorkruist naar het Christelijke stadsgedeelte voor een aperitief en een Sisha. Hier kan je op het terras een pint of een glas wijn drinken, ik pas er even voor. Onderweg worden we door twee lokale schonen aangesproken met de vraag of we met hen op de foto willen ... Dat me dat mag overkomen. Op mijn vraag of dat de gewoonte is, antwoorden Manu en Steffi me dat dit toch wel de eerste keer is dat hen dat overkomt.



Het eten was nog maar eens een voltreffer. Het is vandaag zondag. De president heeft zijn toespraak gehouden. De reacties zijn blijkbaar lauw positief. Er zijn samenkomsten geweest in Douma en er is sprake van een optocht richting Damascus. De veiligheidsdiensten blijven op de vlakte en er wordt voor de verandering niet op de betogers gevuurd. De gevreesde geweld escalatie blijft, tenminste voor dat weekend, uit. Zou het toch kunnen dat de situatie wordt ontmijnd? Manu en ik bezoeken nog een Hamman en zodoende kan ik de dag erna weer proper geschrobd de fiets op.

Ik rijdt van Damascus richting Douma. Ik kies niet bewust de moeilijke steden uit, ik probeer de autostrade te vermijden, vandaar Douma. En eigenlijk wil ik de ergste broeihaard in het land, namelijk Homs vermijden. Richting Douma via Quaranteyn richting Deir Mas Mussa, een klooster in de bergen. Op de valreep voor mijn vertrek uit Damascus heb ik van Steffi deze tip nog gekregen. Het zou zeker een bezoek waard zijn.

Het landschap verandert hier ook. De regio van Douma is een vuile, stoffige industriële regio, met langs de weg allemaal staal- en betonwerkplaatsen. Stof en uitlaatgassen bepalen de luchtkwaliteit hier. Eenmaal hiet voorbij kom ik in de woestijn. Warmte, droogte en stof ... De hele dag rijd ik door een zandvlakte waarover de hele tijd een stofnevel hangt.



Hier is het dat ik op een bepaald moment moe en uitgeput tegen een verlaten schuurtje ga zitten. Even op adem komen en een stuk fruit eten. Geen 5 minuten later staat er een motorfiets naast me ... vanwaar komt die zo ineens...? Ik denk even dat het een nieuwsgierige voorbijganger is ... en geprikkeld door de vermoeidheid heb ik daar nu even echt geen zin in. Hij vraagt waar ik naartoe ga en zegt me welke richting ik uitmoet. Als ik geef te verstaan dat ik de weg wel weet en gewoon even wil rusten, laat hij me verstaan dat ik beter kan vertrekken. Mijn gemoed wordt er niet beter op, maar mijn reactie blijft uit als mijn onverwachte gast zich omdraait en ik zijn revolver in zijn broeksriem zie zitten. De beruchte veiligheidsdienst. Op dit moment wordt me duidelijk dat je hier in dit land inderdaad contstant in de gaten gehouden wordt. Ook als je denkt dat je alleen op de baan bent midden in de woestijn ... ik volg de raad van mijne 'vriend' maar op en stap terug op de fiets ... richting Deir Mar Mussa.



Het klooster lag in de bergen, en mijn vrees wordt bevestigd. De laatste kilometers zijn bergop ... het zijn trage en eindeloze kilometers. Uiteindelijk mijn bestemming bereikt, wacht me een eindeloze trap uitgehouwen in de rotsen tot bij het klooster. De fiets kan ik beneden op slot doen. De tassen mee naar boven ... ik reis misschien wel compact, als je alles in een keer moet oppakken is het loodzwaar. De trappen omhoog maken het er niet beter op. Elke bocht in de stenen trap wordt een doel om te bereiken en even uit te blazen, als ik halverwege ben en ik krijg hulp aangeboden is mijn trots al helemaal verdwenen om die hulp te weigeren. Het doet me stiekem wel genoegen als ik één van mijn twee helpers zie sukkelen om een kwart van mijn bagage naar boven te brengen.


Het klooster boven in een mooie beloning voor de pelgrimstocht om er te geraken. Ik krijg een slaapplaats in een grot aangewezen. Omdat het rustig is heb ik de ruimte geheel en alleen voor mij. Een frisse douche spoelt het zweet, vuil en de vermoeidheid van me af. Ik ben klaar om dit bouwwerk te verkennen. Via een deur in de rotsblokken van hooguit een meter hoog kom ik in het klooster zelf. Hier vind ik een kerkje, een bibliotheek in de rotsen, en een binnenplaats die overzicht geeft over de vallei. Hogerop is een tweede klooster waarop ik een prachtig zicht heb, maar waar de gasten geen toegang toe hebben.




Het verblijf in het klooster is tegen een vrije bijdrage die financieel of uit arbeid kan bestaan. Ik besluit de afwas voor mijn rekening te nemen. Ik zou hier ook wel graag aan de bouw willen helpen, maar daar kom ik voor terug en dan voor een iets langere tijd. Om zeven uur is er een bezinnende dienst waarin teksten uit de bijbel worden gelezen en waar wordt gezongen. De sfeer is gemoedelijk en warm. De voertaal is Arabisch, maar het is wel degelijk een Christelijk klooster, voor ons bijna een contradiction in terminis, hier de normaalste zaak van de wereld. De dienst duurt 2 uur en voor mij als vermoeide fietser de ideale gelegenheid om tot rust te komen. Geloven doe ik niet, maar ik maak van de gelegenheid wel gebruik om even een kaarsje te branden voor Najah, onder het motto 'baadt het niet , dan schaadt het niet'. Ik heb vandaag haar zus aan de lijn gehad en gehoord dat ze er erg aan toe is en ganse dagen ligt te slapen. Dus ze kan wel alle hulp gebruiken.

Na de dienst wordt er gezamenlijk gegeten en kan ik kennis maken met de mensen die hier wonen, leven en op bezoek zijn. Een vreemd allegaartje van allemaal verschillende mensen. Een paar jonge studenten Arabisch, een Engelse dame van middelbare leeftijd, een Venezuelaan die in het Midden Oosten zijn geluk komt beproeven, Rama een jonge vrouw uit Damascus die hier veel van haar tijd doorbrengt, een Franse diplomaat die hier zo nu en dan tot 'rust' komt ... ik vindt het allemaal wel knap, maar ik moet toch ook wel zeggen dat mijn, naar eigen mening, nuchtere kijk op geloof en religie me in de weg staat om dit gelovige leven helemaal te beleven. Het is me allemaal iets te zweverig en te overdreven. Tijd voor de nacht ... ondertussen stikop ben ik blij dat ik naar mijn grot kan gaan. Van zodra ik het kussen raak ben ik weg voor een lange en rustige nacht ... De ochtend doe ik zoals voorgenomen de afwas, help ik nog even met de voorbereiding voor het middageten en vertrek op de fiets naar mijn volgende klooster.

Inderdaad mijn volgende klooster. Ik heb van Hilda, de Londense dame die ook in Deir Mar Mussa verbleef te horen gekregen dat iets verder, richting Palmyra nog een klooster ligt dat ook wel een bezoek waard is. Het klooster in kwestie Deir Mar Elian ligt bij het stadje Al Quarytayn. Aangezien ik toch wat laat vertrokken ben vandaag zal het een iets kortere dag worden, op zich zal de woestijn al uitdagend genoeg zijn. De weg is eindeloos rechtdoor, het is licht bewolkt en dat maakt de dag veel dragelijker dan de dag ervoor. Als je ervan uitgaat dat de dag wel zal meevallen en niet al te zwaar zal worden, maak dan uw borst al maar nat. Zo ook deze. Ik dacht dat ik er bijna was en blijf even hangen bij een familie die tegels maakt.



Als ik hen de weg vraag naar een dichtbijzijnd restaurantje is er geen sprake van dat ik naar een restaurant ga, ik eet met hen mee en dan mag ik door naar het klooster. Het begrip honger is voor hen duidelijk verschillend als voor mij, het blijft maar duren en duren, en ik kan ondertussen de kussens wel opeten. Ik geef aan dat ik nu echt wel ga gaan. Ik ben vermoeid en heb honger, geen toestand die te lang moet duren anders raakt mijn gemoed in de war, daar heb ik ondertussen wel al ervaring mee. Even later komt er toch eten op tafel. Brood, olijven, kaas en gevulde aubergines. Lekker, maar een belangrijke les die ik geleerd heb. Als je honger hebt, zoek dan zelf een restaurant. Je hebt sneller je eten en je kan een deftige vleesschotel bestellen. Mijn vegetarisch verleden ten spijt, maar na een dag fietsen kan ik mijn maag niet vullen met een paar olijven, een stuk brood en was groenten. Dan moet er minstens een schaap of een kieken aan geloven. Herinner u dat mijn maag zich heeft ingesteld op een portie van 20 köfteballekes. Ondertussen begint het te schemeren en moet ik nog op zoek naar mijn klooster. In al mijn overmoed rijd ik kilometers te ver, en de vermoeidheid slaat keihard toe. Uiteindelijk komt er een vrachtwagentje voorbij gereden, met een hele familie erin. De vader wijst me de weg, en ik mag me aan het raampje vasthouden tot we er zijn, tot grote hilariteit van de rest van de familie. Tegen dat we er zijn heb ik ook kunnen vertellen wat ik als Belg in Syrië doe op dit moment en dan nog wel met de fiets. Ik kom samen met vader Jacques en Jens toe aan het klooster en voel me meteen welkom. Jacaues en Jans spreken Frans en Engels en het doet deugd om de avond nog eens te kunnen babbelen na een dag alleen fietsen en een klein twee uur bij mijn tegelvrienden gezeten te hebben.

Na terug een verkwikkende nacht vertrek ik vandaag vroeg richting Palmyra. Ik zal de hele dag doorheen de woestijn rijden. Ik rijdt eerst tot aan Qasr Al Hair Al Gharbi een overblijfsel van een vroeger woestijnkasteel. Midden in de woestijn, bij een bron waar het wat groen is vindt ik de overblijfselen van het ooit immense bouwwerk.





Ik stoot er op 4 Syriërs die er juist hun picnic ophebben. Als ik hen vertel dat ik doorheen de woestijn naar ... ga rijden, verklaren ze me zot en zie ik hen denken dat ik een slag van de zon gehad heb en dat geen hulp meer kan baten.


Ik eet mijn luncht op in de schaduw van een gebouwtje in het groen, omringd door een onmetelijke zand- en steenvlakte. Even op adem komen en afkoelen om dat de piste te volgen langsheen de elektriciteitsdraden.



Na een aantal km blijven er nog enkel de elektriciteitsdraden over en kruis ik zo nu en dan nog eens een piste.
Anderhalf uur later zie ik in de verte een groep schapen op wat schaars gras staan en iets verder staan 2 bedouinententen. Even de weg vragen bij de mannen. Een fietser in de woestijn, ... het is duidelijk dat we dat niet elke dag zien voorbijkomen. Ze komen me met de motor tegemoet gereden. Natuurlijk moet ik even in de tent plaatsnemen en krijg ik thee, dadels en yoghurt aangeboden.



De conversatie gaat moeizaam. De mannen zijn volop een hele pot paddestoelen aan het klaar stoven. Inderdaad paddestoelen in de woestijn, had ik absoluut niet verwacht. En het ziet er verdomd goed uit. De verwachting is dat ik blijf om te eten, maar deze keer hou ik voet bij stuk, ik heb mijn tijd echt nodig, wil ik vanavond in Palmyra zijn.

Ik zet mijn tocht verder langsheen de pilonen en niet veel later doemt het stadje Tiyas op en kan ik de terug de weg volgen richting Palmyra. Het is al een heel eind in de namiddag en ik heb nog een dikke 60 km te gaan. Ik vervolg mijn weg onder een schroeiende zon doorheen één grote zandbak met hier en daar een dorpje en sterk genoeg ook hier een daar een groen veld.



Als er  150 km op mijn teller staat sta ik boven op de heuvel, klaar om af te dalen naar Palmyra. Er is duidelijk een gebrek aan toeristen in het stadje wat leeft van het toerisme. Ze komen me al een slaapplaats aanbieden nog voor ik het stadje binnen rijdt. Een goedkope nacht in een bedoinen tent wordt mijn keuze. Ik verblijf op 100 meter van de historische site. Na het zand van mij afgespoeld te hebben speel ik een heerlijke Mansaf binnen. Ik ben klaar voor de nacht.

De dag erop wandel ik rond op de Romeinse site. Weer een enorme verzameling van oude gebouwen, restanten van pilaren, een amphitheater, tempels, oude Romeinse wegen, ... het is gewoon onvoorstelbaar wat er in deze regio nog te vinden is vanuit de oudheid.










Na één dag Palmyra heb ik er genoeg van. Ik wil verder en terug de fiets op. De tijd die ik in Syrië heb is beperkt door mijn visum en de berichten die ik hier een daar opvang zijn toch niet zo bemoedigend, dus ik maak best voort.

Mijn tweede morgen in de bedoïnentent wordt ik gewekt door de regen. Regen in de woestijn... Ik stel mijn vertrek uit tot na de regen. Terug een dag door de woestijn. Het kan saai klinken, maar de woestijn heeft toch iets bijzonders, het is een verassend landschap en ik kan er wel van genieten. Ik geniet ook van de momenten dat ik alleen op de fiets zit, muziek in mijn oren, en trappen ... En zo ga ik uren door, vandaag tegen de wind in... Het is zwoegen. Het weer blijft donker en onvoorspelbaar de hele dag. Als ik het laatste stadje van die dag, As Sukhnah, voorbijrijdt krijg ik de raad om toch best niet 's nachts te reizen omdat er gewapende groepen zouden rondreizen ... Een uur verder, midden in de woestijn, steekt er een felle wind op en beginnen de eerste dikke druppels te vallen. Het is 6 uur en ik besluit maar meteen mijn tent ook op te zetten. Tegen dat ik effectief mijn tent uitgepakt hebt, regent het dat het giet en er is een felle storm opgestoken. Ik heb al mijn outdoorervaring nodig om nu mijn tent toch op een bevredigende manier opgezet te krijgen.  Even later zit ik in mijn tent, onder de modder, het einde van de bui af te wachten. Dit blijkt nog maar het begin te zijn. Het klaart even op en ik maak daarvan gebruik om de tent goed vast te zetten en eten klaar te maken. Gegeten, en alles opgeruimd is het bijna donker en ik kruip in mijn slaapzak. Een uur verder wordt ik wakker van lichtflitsen. Ik denk even dat het komt van het wapperen van mijn tent, maar als ik buiten kijk zie ik dat de hemel boven mij welliswaar helemaal open is, maar verderop is deze pikzwart en zie ik de ene bliksemschicht na de andere naar beneden komen. Ik ben er niet gerust op. Een half uur later is de hemel boven mijn ook veranderd in inktzwart ... en nu schieten de bliksemflisten ook langs mijn tent heen. Een tent in een woestijnvlakte, ik geloof niet dat dat de beste keuze is om bescherming te zoeken tegen het onweer. Het is op dit moment nog kurkdroog. Ik besluit dat het best is om mijn tent, een punt in het landschap even te verlaten, en ik ga in een greppel liggen iets verder, alles om me te verbergen in het landschap. Als het begint te regenen kies ik terug voor mijn tent. Ik lig nog ruim een uur bang wakker en hopend dat elke volgende bliksem ook net langs de tent gaat ... Ik vraag me af waar die gewapende groepen zijn als je we nodig hebt, ik zou er wat voor over gehad hebben om nu uit mijn tent gelicht te worden en meegevoerd met de één of andere groepering ... Uiteindelijk stopt het noodweer, of ben ik zo moe ... ik weet het niet wat eerst was ... alleszins val ik in slaap en als ik een paar uur later nog even wakker wordt is alles terug rustig. De volgende morgen sta ik op onder een stralende zon. De woestijn, het kan boeiend zijn.



Terug op de fiets richting Rusafa, weeral een ruïne in de woestijn en het einde van deze dagtrip. Deze dag verloopt rustig ... genieten op de fiets, vechten tegen de wind ... ipod op en stoempen. Als ik bijna bij Rusafa ben wordt ik door een groep theedrinkende mannen uitgenodigd voor thee, en even later heb ik ook een uitnodiging voor een slaapplaats. De vorige nacht nog fris in het geheugen, twijfel ik niet lang om ook op deze tweede uitnodiging in te gaan. Ik laat de fietstassen achter in mijn slaapplaats voor de nacht en fiets verder tot de ruïne, nog maar eens een indrukwekkend bouwwerk. Vooral in het oog springend, zijn de immense ondergrondse kelders die vroeger als wateropslag werden gebruikt voor de bevolking van de versterkte stad.













Terug bij mijn gastgezin krijg ik een tijl warm water aangeboden en kan ik me wassen in de living. Even erna wordt de aftrekker erover gehaald en de vloer is terug proper. De hele familie zit bij elkaar, deze keer ook de vrouw en de dochters. Dat is de eerste keer dat het me overkomt in Syrië. Normaal verloopt alles nogal strikt gescheiden. Het gesprek verloopt niet zo eenvoudig, alweer omwille van die verdomde taalbarrière, de dochters spreken een beetje Engels, maar dat is echt wel een beetje. Toen ik hun ingevulde schoolboeken zag, dacht ik dat hun Engels van een hoog niveau moest zijn, maar de praktische kennis van het Engels is erg mager. En mijn kennis van het Arabisch is de afgelopen weken ook maar heel stilletjes toegenomen. Als er later op de avond foto's genomen worden, dan komt ineens toch weer het vaderlijke protectionisme over vrouw en dochters bovendrijven. Foto's worden er enkel genomen van de mannen. Tja ... de dochters dachten er duidelijk liever anders over, net als ik ... maar de gastheer beslist hé ... De avond vliegt alleszins weer voorbij.






De grens met Turkije nadert. Ik rij vandaag naar Qalaat Jabar, terug een ruïne van een oude versterkte vesting, die aan de oever van de Eufraat ligt. Ik rij door Ath Thawrah, een gezellig stadje waar ik wel wil blijven overnachten. Ik wordt bij het binnenrijden van de stad vergezeld door een bende jongeren die me met hun fietsen en luid claxonerend volgen. Ik moet alleszins niet om plaats vragen op de weg. Ik wordt wegwijs gemaakt naar het enige hotel van de stad, maar dat blijkt volzet te zijn. Het is middag en de eigenaar biedt me wel een maaltijd aan, dan ben ik toch niet voor niets naar het hotel gereden.





Na de middag steek ik de Eufraat over via een megalomane dam. Het water van de Eufraat wordt in Turkije en Syrië meermaals opgehouden met dammen, om het water te gebruiken voor irrigatie en tezelfdertijd wordt het ontstane verval gebruikt om elektriciteit op te wekken. De dam is een strategisch element en wordt dan ook zwaar bewaakt. Je kan er over rijden, maar stoppen om foto's te maken is verboden. Hier is het ook dat ik telefoon krijg van mijn ouders. Oei, dat betekent dat er stront aan de knikker is. Mijn ouders zijn niet van het principe dat ze me elke dag even willen horen ... Ik krijg te horen dat de situatie in Syrië dag bij dag verslechtert. En het advies van buitenlandse zaken is gewijzigd van 'Syrië kan bezocht worden, maar voorzichtigheid is geboden' naar 'onnodige reizen naar Syrië worden ten stelligste afgeraden' ... En alle 30 landgenoten die nog in Syrië zijn wordt aangeraden het land te verlaten nu er nog commerciële vluchten zijn ... Een kanttekening, er zijn nog minstens 31 Belgen, want ik stond niet geregistreerd bij buitenlandse zaken ... Maar de boodschap is duidelijk. Ik beslis op dat moment dan ook dat ik mijn omweg via Aleppo laat voor wat het is en dat ik de komende 2 dagen rechtstreeks naar de grens bij Jarabulus fiets.

Na dit telefoongesprek spring ik terug de fiets op, richting mijn stop voor de dag, namelijk Qalat Jabar. Ik stop nog even aan de oever van de Eufraat voor een snelle duik in het koude water en dan klim ik naar de burcht. Ik heb nog wat Syrische ponden te spenderen, dus na een bezoek aan de burcht, een frisse douche, wassen van de kleren, eet ik een stevig stuk gegrilde vis met frietjes en een frisse pint.





















Ontbijt achter de kiezen en verder richting Jarabulus en Turkije. Ik rij nu ruwweg langs de oostelijke oever van de Eufraat naar het noorden. Ik volg het de richting van Jarniyah doorheen de velden, en buig dan af richting Manbij. Ik zoek een slaapplaats voor de nacht aan de oevers van de Eufraat, maar dat blijkt niet zo eenvoudig. Overal wonen mensen of is het land bewerkt. Uiteindelijk me toch maar ergens gezet. Eerst even koken en als ik dan nog niet zou zijn weggejaagd dan zet ik mijn tent op. Mijn macaroni was nog niet gaar of een passerende kerel nodigde me bij zijn thuis uit. Hij ging even het thuisfront op de hoogte brengen. Toen hij terugkwam had hij een lange broek bij. Ik snapte het niet goed en zei dat het weliswaar koud was, maar dat ik wel wat kon hebben. Het bleek echter nodig om de gevoelige ogen van de dames niet te schaden. Allez, broek aan en een echt dak voor de nacht. Het gesprek verliep hier echt wel moeilijk, mijn Arabisch was duidelijk beter dan hun Engels en dat zegt veel ... Die nacht vroeg in bed gekropen.



De laatste dag, of dat was toch de bedoeling, in Syrië. 's Morgens krijg ik nog eens telefoon van mijn ouders, het is echt wel serieus, dat kan niet anders ... Ik bevestig dat ik vertrekkensklaar sta, dat stelt hen gerust. Ikzelf merk eigenlijk niets van een gespannen situtatie, het noorden van Syrië is dan ook rustig. Ik rijd in recordtijd naar Manbij, eet er mijn laatste Syrische Shoarma en rijdt verder naar Jarabulus. Dit laatste stuk wordt ik vergezeld door twee jonge gasten op een motor, die als een volgwagen achter mij aanrijden. Ik geef alles wat ik kan geven om het tempo zo hoog mogelijk te houden, en voel me even als een renner is de tour van Syrië.



Ik bereik de grens in de vroege namiddag. Nog even een geruststellend telefoontje naar huis dat ik bij de grens ben en deze zo dadelijk ga oversteken. Ik kan mijn metgezellen een plezier doen met mijn Syrische SIM-kaart waar nog wat geld opstaat en die ik seffens toch niet meer kan gebruiken.
Ik geraak zonder problemen uit Syrië, na het betalen van de normale taks. Syrië en ook Jordanië vragen een taks om het land te verlaten ... alles is goed om inkomsten te genereren he ... Alleen als ik voor de Turkse grenspost sta, krijg ik te horen dat ik het land niet in mag, omdat ze me geen visum kunnen geven. Toevallig hebben ze aan de grensovergang van Jarabulus niet de nodige zegels ... Discusiëren helpt niet, ik kan terug naar Syrië. Een grens oversteken, we kennen dat in Europa niet meer, maar in deze regio is dat duidelijk geen sinecure. Er zit niets anders op ... terug ... Terug een stempel om Syrië binnen te mogen. Gelukkig had ik een visum dat toelaat dat ik het land verschillende keren na elkaar binnen mag, indertijd met de bedoeling om via Libanon te gaan, anders had ik terug een visum mogen kopen. De grenswacht van Syrië is zo vriendelijk om me een taxi te bellen.

Uren nadat ik bij de grens ben aangekomen, zit ik uiteindelijk in een taxi richting Azaz in Syrië. Mijn telefoon doet het niet meer, en ik bedenk dat het beter is om niemand onnodig ongerust te maken, er is tenslotte niets aan de hand. De taxichauffeur kent de weg naar Azaz net zo goed als ik, niet dus ... hij heeft zich duidelijk misrekent in de afgesproken prijs. Het is een opperbeste kerel en ik besluit hem een extra fooi te geven voor de moeite. In Azaz vinden we na wat moeite een hotelletje, het  is indertussen als donker. Ik krijg de hoteleigenaar ook nog overtuigd om me een kamer te geven, waar hij niet echt scheutig op is, de reden daartoe is me onbekend. Ik kruip dadelijk onder de lakens om de volgende dag vroeg richting grens te kunnen vertrekken. Natuurlijk terug de taks betalen om het land uit te mogen ... Via een mijnenveld naar de Turkse grenspost om dan betalen om Turkije binnen te mogen ... Alleszins de ochtend van de 27 ste april rijdt ik als eerste de grens met Turkije over, en dit is dan ook meteen het einde het Syrische stuk van mijn fietstocht.

Moker

2 opmerkingen:

  1. Hallo Raf, uw verhalen zijn eten en drinken voor armtierige thuisblijvers! Wij zijn benieuwd naar het vervolg!
    Groeten,
    Lieven en Co

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het wordt begod tijd voor een vervolg. De nota's toch nie nat geworden in de Turkse bergen ;)
    Ik heb in ieder geval wa Engelse zon uw richting uitgestuurd. Da's van die lekker warm :)

    k

    BeantwoordenVerwijderen