zondag 18 september 2011

Race from Istanbul to Hasselt

Hey, ik ben terug! Onder diegenen die mijn blog trouw gevolgd hebben zijn er misschien een aantal die de laatste maanden weinig verandering hebben gemerkt ... Sommigen denken misschien zelfs dat mijn verhaal in Amman plots gestopt is. Zij zitten misschien niet zo ver van de waarheid. Het is te zeggen, in mijn gedachten ben ik inderdaad niet meer uit Amman weggeraakt. En ik ben er ondertussen een paar keer terug verzeild geraakt, onder het mom van plannen dienen er om gewijzigd te worden.

Ondertussen zit ik in Brazilië. Voor diegenen die niet meer kunnen volgen. Brazilië stond zeer zeker in mijn oorspronkelijke planning voor 2011. Ik ben hier om mee te doen aan de jungle marathon. Een loopwedstrijd doorheen de Amazone, gespreid over 7 dagen waarbij een gezamenlijke afstand van 222 km dient te worden afgelegd. Ik dien te zeggen dat de voorbereiding wel wat te lijden heeft gehad onder mijn gewijzigde planning, dus ik zal 8 oktober met een bang hart aan de startlijn verschijnen. Ik bereid me alleszins voor op een behoorlijke portie 'afzien'.

Ik ben nu een paar dagen in Brazilië. Ik ben al couch surfend terecht gekomen bij een Braziliaanse familie. Ik krijg een eigen kamer toegewezen en mag mee aan tafel aanschuiven. Een beter welkom kan ik niet verwachten. De eerste twee dagen heb ik vooral slapen doorgebracht. De dagen voor mijn vertrek waren al vermoeiend, de jetlag, het zwoele klimaat, het andere eten ... mijn systeem had precies wel even tijd nodig om zich aan te passen. Ondertussen heb ik vanmorgen een dikke 10 km gelopen en ik voel me fris ... het mag ook wel met de uitdaging die me te wachten staat. Alleszins is het goed dat ik een paar weken heb om hier te acclimatiseren. Ik zit hier nu in de zetel en dacht dat dit wel de gelegenheid is om mijn blog eens terug aan te vullen. Te beginnen vanuit Istanbul en de race die ik van daaruit heb gereden naar Hasselt.

Waarom een race ... een sabbatjaar is dat niet om tot rust te komen. Inderdaad. Maar ik heb een aantal keuzes gemaakt en plots kwam ik tot het besef dat er me nog maar weinig tijd restte van Istanbul tot Hasselt. Mijn laatste verblijf in Jordane heeft een week langer geduurd dan voorzien en ondertussen heb ik ook al een nieuwe reis naar Jordanie vastgelegd half juli. Ik kan natuurlijk niet in Belgie toekomen en de dag zelf terug vertrekken. Dus 9 juli is mijn einddatum om in Hasselt terug te komen. Ik heb dus een dikke vijf weken te gaan. Uit ontmoetingen die ik met andere fietsers zal hebben gedurende dit deel van de tocht begrijp ik dat de meesten een dikke twee maand uittrekken om deze afstand al fietsend te overbruggen. Rust en stadsbezoeken zullen dan ook tot een minimum beperkt dienen te worden tijdens de komende vijf weken.

's Morgens verlaat ik samen Tugba haar appartement. Eenmaal op straat en alle bagage op de fiets kom ik tot de vaststelling dat mijn banden plat staan. Dus te voet naar de ferry en deze ook meteen gemist. Gelukkig vaart er elke 15 minuten wel een ferry richting Europa vanuit het Aziatisch Istanbul. Ik heb geen haast, maar mijn gastvrouw moet wel tijdig op haar werk geraken. Aan de overzijde neem ik afscheid van Tugba, pomp ik mijn banden op en spring ik terug op de fiets. Er staan me nog twee dagen Turkije te wachten voordat ik Bulgarije zal binnen rijden. De laatste nacht op Turkse grond sla ik mijn tent op aan de oever van een prachtig meer. Zon en water, de ideale ingrediënten voor een schitterende kampplaats.Voor het eten duik ik het frisse water in ... geweldig. Nu weet ik terug waarom kamperen plezant is. Na een zalige nacht en een frisse ochtendduik klim ik richting Bulgaarse grens, die bovenop een pas ligt. Eenmaal in Bulgarije daal ik af naar Tarnovo. De benen zijn duidelijk nog moe en het klimwerk van vanochtend viel me zwaar. Ik besluit dan ook om na een kleine 50 km in Tarnovo voor een hotelovernachting te kiezen. Een schitterend hotelletje, prachtige en luxueuze kamer en zwembad in volle zon. Wat kan een vermoeide fietser meer wensen. Inderdaad een uitgebreide maaltijd en één, of nee twee flesjes wijn. Misschien niet goed tegen de vermoeidheid, maar des te beter voor de moraal. Voor het geld moet je het zeker allemaal niet laten in Bulgarije. De prijzen zijn hier op het niveau van Syrië, spotgoedkoop dus.
Ik zal ervoor kiezen om het grootste deel van de tocht de Donau als mijn leidraad te gebruiken. In Bulgarije volg ik ruwweg de zwarte zee richting Burgas. Al gauw heb ik genoeg van de drukke wegen langs de kust en steek ik het land in noordwestelijke richting door richting Ruce. Iets westelijker van Ruce kom ik aan de Donau, die ik dan ruwweg tot achter Wenen zal volgen.

Ik doorkruis de ontelbare graanvelden van Bulgarije, ook wel de graanschuur van Europa. Dit zou dus een rijk land moeten zijn, ware het niet dat een aantal slimme internationale spelers op de graanmarkt na de val van het communisme alle graansilo's voor een prik hebben overgenomen van de overheid. Een immense strategische aankoop waar de plaatselijke boeren nog altijd de prijs betalen. Het graan komt natuurlijk allemaal tegelijkertijd op de markt. De boeren krijgen bijna niets voor hun graan. Vraag en aanbod. De grote spelers, waaronder Cargill kopen het graan op tegen dumpingprijzen en slaan alles op in hun silo's die ze voor geen geld hebben gekocht. Als de vraag naar graan terug toeneemt, geven ze hun voorraden vrij tegen veel hogere prijzen. En de opbrengst van het graan wordt zo handig Bulgarije buiten gesluisd. De boer rijdt nog altijd met paard en kar rond. Voor de passerende fietser een idyllisch beeld, maar ik betwijfel of de boer er ook altijd zo over denkt. Bulgarije heeft blijkbaar niet altijd een goede naam bij toeristen en passerende automobilisten. Verdwijnende autoradio's, velgen, airbags, ... volledigeauto'szoudendaariets mee te maken kunnen hebben. Ik heb van dit alles niets ondervonden. De ontmoetingen die ik gehad heb in Bulgarije waren altijd aangenaam.

Vanuit Bulgarije belandt ik in Servie. Servie, bij mij bekend als de agressor tijdens de oorlog die Joegoslavie tijsterde van 1992 tot 2003. De eerste dagen rijd ik doorheen Servie met die gedachte in het achterhoofd. 's Avonds zoek ik steeds naar een kampplaats die ver genoeg verwijderd ligt van de bewoning. D'r moest maar een veteraan in de buurt wonen, die nog een AK47 beter bekend als een Kalasjnikov op zolder heeft liggen, en die het niet ziet zitten dat een wildkampeerder in zijn achtertuin de tent opslaat. Deze bedenkingen achterwege latend, bevalt Servie me zeer goed. Fietsen langs de Donau is het mooist in Servie. Een beetje bergachtig, na Turkije is alles een beetje bergachtig. Vrijliggende fietspaden, kilometers en kilometers over dijken, ... zalig. Als ik met Serviers spreek valt me vooral hun vriendelijkheid op, zeker geen verstopte machinegeweren. Bij velen van hen ook schaamte over de oorlog. De oorlog is mogelijk geweest doordat een aantal extreme politici in het land de bevolking gedurende jaren hebben opgezet tegen de andersgelovigen in het land, lees de kroaten (katholieken) en de bosniers (moslims). Ik kan niet anders denken dat we in Vlaanderen en Wallonie toch maar moeten oppassen in het volgen van de extreme redeneringen van sommige van onze politici. 


Belgrado, de hoofdstad van Servie, en de eerste grote stad die ik aandoe langs de Donau. En wat voor een stad. De laatste tijd vooral wild gekampeerd, dus er kan wel een hotelovernachting vanaf. Een hotel betekent voor mij vooral toegang tot internet en dus skyper met Najah ... had ik niet iets gezegd van mijn gedachten die nog altijd in Amman waren. Ik kom in de loop van de voormiddag aan in Belgrado. De rest van de dag gebruik ik om de stad te verkennnen. Een halve dag is veel te kort voor deze stad. De vermoeidheid eist ook haar tol. En als de stad 's avonds tot leven komt ga ik stilletjes terug naar mijn hotel. Verdomme, dat zijn momenten waarop de strikte planning die ik mezelf heb opgelegd toch zwaar weegt.


Het laatste stuk van Servie rijdt ik door een nationaal park. Verder verwijderd van de Donau. Het doet goed om nog eens door een bos te rijden, en er te overnachten. De dag erop steek ik de grens met Kroatie over. Daar waar er van de oorlog zo goed als niets meer te zien is in Servie, vind je in Kroatie nog overal beschadigde gebouwen, gevels die volledig onder de kogelinslagen zitten, een watertoren die volledig in frut geschoten is. Indrukwekkend.

1 opmerking:

  1. Ja nu weet ik nie of gij u vergist of ik (waarschijnlijk het eerste). Maar volgens mij hebt ge me ooit verteld dat de race op 6 oktober begint. Excuse om de start te missen? Zonneslag? Fauna op de Braziliaanse stranden? 't is maar dat ik toch curieus ben naar e verslag van de jungle marathon.
    En blijkbaar nog bij een goei familie terechtgekomen, zetel en al, ge moet zelfs nie in de hangmat ;)

    Doet da goed Moker en misschien de moker toch effe of Matiger zetten voor het begin van de run ;)

    Godfather Hoog

    BeantwoordenVerwijderen